Rekenen in de wiskundeles

In het algemeen kan gesteld worden dat bij het vak wiskunde de basisrekenvaardigheden worden aangeleerd, die vervolgens bij vakken zoals aardrijkskunde worden toegepast. De wiskundeaanpak heeft zowel overeenkomsten als verschillen met de aanpak die doorgaans gehanteerd wordt bij aardrijkskunde. Een belangrijke overeenkomst is dat bij beide vakken veel in een context gerekend wordt. In wiskundemethodes komen zelfs echte geografische opgaven voor, waarbij bijvoorbeeld aan de schaal van een kaart gerekend moet worden. Deze opgaven lijken heel sterk op opgaven zoals die ook bij aardrijkskunde veel voorkomen. Een belangrijk verschil is dat in het wiskundeonderwijs meer gebruik wordt gemaakt van herhalingen. Je zou kunnen zeggen dat het er vanuit gaat dat door oefenen, oefenen en nog eens oefenen het rekenen bij leerlingen er langzaam in moet slijten. Veel wiskundemethodes en modules bevatten dan ook korte rekenoefeningen met steeds kleine variaties. Deze komen bij aardrijkskunde veel minder voor. Een tweede verschil tussen wiskunde en aardrijkskunde is dat bij wiskunde (uiteraard) veel meer sprake is van op elkaar aansluitende leerlijnen. Bij aardrijkskunde komen de rekenvaardigheden vrijwel alleen aan bod als het bijpassende onderwerp (werken met kaarten, demografie enz.) wordt behandeld.
Enkele rekenvaardigheden worden bij wiskunde op een specifieke manier aangeleerd. Hieronder staan daarvan enkele voorbeelden die  relevant zijn voor aardrijkskunde.

Verhoudingstabellen

Rekenen met verhoudingen gebeurt bij aardrijkskunde bij het werken met schaal. Bij wiskunde wordt dit aangeleerd met verhoudingstabellen. Een verhoudingstabel geeft voor verschillende afstanden op een kaart aan, hoe groot de werkelijke afstanden zijn. Zo’n tabel ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:
Schaal 1: 25.000

Afstand op de kaart (in cm)

1

2

3

4

5

x 25.000

Werkelijke afstand (in cm)

25.000

50.000

75.000

100.000

125.000

Verwant aan deze verhoudingstabellen zijn de omrekentabellen voor maten, zoals hieronder in een voorbeeld is weergegeven.

Eenheden voor het
meten van afstand

km

hm

dam

m

dm

cm

mm

Met behulp van een dergelijke tabel wordt uitgelegd hoe je bijvoorbeeld meters in centimeters kunt omrekenen.
De verhoudingstabellen worden gebruikt om leerlingen op weg te helpen en worden gebruikt in met name klas 1 van het voortgezet onderwijs. In hogere klassen worden de tabellen los gelaten.

Hoeken

Bij wiskunde wordt onderscheid gemaakt in vier soorten hoeken.

Scherpe hoek (minder dan 90º)

Stompe hoek (groter dan 90º)

Rechte hoek (precies 90º)

Gestrekte hoek (precies 180º)

 

Tijdens de wiskundelessen wordt het gebruik van een geodriehoek of gradenboog uitgelegd. Alles speelt zich wel af in een plat vlak. Bij aardrijkskunde komt het werken met graden op een bol (positiebepaling) eerder aan de orde dan bij wiskunde.

Getallenlijn

Om te werken met positieve en negatieve getallen wordt bij wiskunde wel gebruikt gemaakt van een zogenaamde getallenlijn. Dit kan een handig hulpmiddel zijn om leerlingen aan te leren hoe groot bijvoorbeeld het temperatuurverschil is tussen een plaats waar het -6ºC is en een plaats waar het + 3ºC is.
Text Box: + 9

Coördinaten

Ook bij wiskunde wordt wel gewerkt met een coördinatenstelsel. Dit stelsel is eigenlijk gelijk aan een grafiek, die normaal gesproken in de wiskunde ook negatieve waarden kent. Het coördinatenstelsel kent bij wiskunde op beide assen alleen getallen, terwijl bij aardrijkskunde een combinatie van een letter (kolom) en een cijfer (rij) wordt gemaakt.